Gisteren was het Heilig Avondmaal in onze kerk.
Eerst even voor de mensen die niet bekend zijn met het Heilig Avondmaal: op de laatste avond van Jezus’ leven at Hij met zijn leerlingen brood en wijn. Hij heeft dit gebruik toen ingesteld om te blijven doen, om hierdoor zijn lijden en sterven aan het kruis te gedenken (Lukas 22).
Één zin uit het gebed voor het Heilig Avondmaal kwam binnen bij me: ‘Verleen ons ook Uw genade, dat wij (…) in alle droefenis met opgeheven hoofd onze Heere Jezus Christus uit de hemel verwachten (…)’
Zie je het voor je?
In alle droefenis met opgeheven hoofd…
Als jij huilt doe je waarschijnlijk een hand voor je hoofd of duw je je gezicht in een kussen.
Maar in dit formulier wordt gebeden om een ‘opgeheven hoofd’. Hoe kan dit?
Het is de paradox van het geloof. Met opgeheven hoofd verdrietig zijn.
En nee, om eerlijk te zijn voelde ik dat niet gelijk zo.
Dat heb ik moeten leren. Dat heeft minstens 1,5 jaar geduurd.
Langzaam maar zeker is het tot me doorgedrongen wat een troost het is om te weten dat je kindje bij God is.
Bijzonder dat we gisteren in de kerk ook Psalm 126 vers 2 zongen.
Deze psalm zongen Maurits en ik toen we Samuël hadden begraven (Maurits hardop, ik in mijn hart. Huilend zingen ging niet).
Daar bij het grafje was het een rationeel weten. Ik wist dat Samuël bij God was. En daarom konden we zingen:
‘God heeft bij ons wat groots verricht
Hij zelf heeft onzen druk verlicht
Hij heeft door wonderen ons bevrijd
Daarom juichen wij, en zijn verblijd.’
Nu is het voor mij niet meer alleen een rationeel weten, maar een diepe overtuiging in mijn hart. Het beste plekje voor Samuël is bij Jezus. Dus het is goed zo.
Ik wil je bemoedigen: ook bij jou kan die intense pijn minder worden. Ook na verlies van een kindje is er weer een (gelukkig) leven mogelijk. Lijkt dit voor jou onbereikbaar? Ik wil je hier graag mee helpen. Je bent van harte welkom. Je hoeft niet per se christelijk te zijn om bij mij in begeleiding te gaan. Samen gaan we op zoek wat jou helpt om te leren leven met het verlies van je kindje.

